Wat is dynamische lastverdeling?

Dynamische belastingverdeling past het opladen van elektrische voertuigen voortdurend aan aan het beschikbare vermogen bij een woning, depot of bedrijfslocatie. Wanneer andere apparatuur meer stroom verbruikt, krijgt de lader minder stroom toegewezen. Als de vraag daalt, kan het opladen binnen de grenzen van de installatie en het voertuig weer worden opgevoerd.

Het doel is te voorkomen dat een vastgestelde aansluit- of circuitlimiet wordt overschreden, terwijl tegelijkertijd meer gebruik wordt gemaakt van de reeds beschikbare capaciteit. Dit kan een uitbreiding van het elektriciteitsnet verminderen of uitstellen, maar vormt geen vervanging voor een deugdelijk elektrisch ontwerp of beveiliging.

Hoe weet een EV-lader wat de beschikbare belasting is?

Een meter, stroomtransformator of gebouwbeheersysteem meet het elektriciteitsverbruik op een geschikt punt in de installatie. Een lokale regelaar, lader of energiebeheersysteem vergelijkt die meetwaarde met de ingestelde grenswaarde en berekent de toegestane hoeveelheid elektriciteit voor de elektrische auto.

De lader past vervolgens een stroombeperking toe. Bij een laadstation met meerdere laadpunten moet de beschikbare EV-capaciteit bovendien worden verdeeld over de aangesloten voertuigen. De regelkring, het communicatiepad, de meetnauwkeurigheid en het uitwijkgedrag moeten allemaal zijn afgestemd op de installatie.

Statische en dynamische lastverdeling

Bij statische belastingverdeling wordt een vast vermogen over de laders verdeeld. Dit leidt niet tot een verhoging van de EV-quota wanneer het in de rest van het gebouw rustig is.

Bij dynamische lastverdeling wordt ook rekening gehouden met de vraag vanuit andere delen van het gebouw. Een aansluiting van 100 A kan meer stroom beschikbaar stellen voor elektrische voertuigen wanneer keukens, verwarming of machines minder stroom verbruiken, en het laadvermogen vervolgens verminderen wanneer die verbruikers weer meer stroom gaan verbruiken. De ingestelde veiligheidsmarge blijft onderdeel van het ontwerp.

Heeft u dynamische lastverdeling nodig?

Dit is vooral nuttig wanneer de lader anders zou concurreren met grote verbruikers, wanneer meerdere laders een beperkte aansluiting delen, of wanneer uitbreiding in de toekomst wordt verwacht. Bij een eenvoudige installatie met voldoende gereserveerde capaciteit is dit wellicht niet nodig.

Bij een particuliere woning ligt de prioriteit doorgaans bij het voorkomen van overbelasting van de hoofdaansluiting. Op een werkplek of in een depot kan het systeem de capaciteit ook eerlijk verdelen, productielasten beschermen of voorrang geven aan voertuigen die als eerste vertrekken. Lees hoe wagenparken en commerciële locaties met deze prioriteiten omgaan.

Is er voor load balancing een slimme meter nodig?

Niet per se. Veel systemen maken gebruik van een aparte sensor of een compatibele lokaalmeter, omdat deze de lokale meting levert die de regelaar nodig heeft. Een slimme meter van het nutsbedrijf kan door een energieleverancier worden gebruikt voor tarieven of diensten, maar dat is een andere functie.

 

Wat gebeurt er als de communicatie uitvalt?

Het ontwerp moet een veilige terugvalstroom vastleggen of het opladen onderbreken wanneer er geen betrouwbare belastinggegevens beschikbaar zijn. Ter bescherming van de locatie kan lokale besturing ervoor zorgen dat men niet afhankelijk is van een cloudverbinding op afstand. Een cloud-CPMS kan nog steeds ruimere schema’s en prioriteiten instellen, terwijl de lokale laag de onmiddellijke elektrische limiet handhaaft.

Waarin verschilt het van slim opladen en V2G?

Lastverdeling is een functie van slim laden die gericht is op beperkte capaciteit. Slim laden kan ook worden afgestemd op prijzen, solar vertrektijden. V2G voegt daar de energie-export vanuit het voertuig aan toe. In onze vergelijking van slim laden, lastverdeling en V2G worden de vereisten apart behandeld.

Hoe Amina past

De huidige productinformatie voor amina M/M2 vermeldt lokale load balancing, Modbus RTU en een geïntegreerde energiemeter. amina levert de laadapparatuur en werkt samen met CPMS, energie- en installatiepartners. De locatie van de meter, de regelaar, de limieten en de geteste integratie moeten voor elke locatie nog worden vastgesteld.