Gesplitste facturering voor EV-laders in België: alles wat u moet weten (2026)
België draait op bedrijfswagens. Bijna negen op de tien van de 145.000 elektrische voertuigen die in 2025 werden verkocht, kwamen terecht in een bedrijfswagenpark en niet op een privé-oprit. Dat ene feit bepaalt alles wat er verder speelt rond de manier waarop het land de kosten verrekent. De auto is eigendom van de werkgever. De elektriciteit is voor rekening van de werknemer. De vergoeding vindt ergens daartussenin plaats, en juist daar ontstaat de meeste wrijving.
Vanaf 1 januari 2026 is het kader rond dit alles veranderd. Bedrijfswagens op fossiele brandstof die vanaf die datum worden besteld, verliezen hun aftrekbaarheid volgens een strakker schema: 50% in 2026, 25% in 2027, nul vanaf 2028. Batterij-elektrische voertuigen die in 2026 worden aangeschaft, behouden hun 100% aftrek gedurende de looptijd van het contract. Het CREG-vergoedingstarief, dat eind 2025 zou aflopen, is permanent gemaakt. En de federale belastingvermindering voor thuisladers, waar sommige mensen nog steeds naar vragen, is sinds augustus 2024 verdwenen.
Kortom: meer mensen dan ooit laden een bedrijfswagen thuis op, de regels zijn net gestabiliseerd en de vraag hoe de elektriciteit op een overzichtelijke manier kan worden vergoed, is het praktische knelpunt geworden.
Dit is wat split billing oplost.
Wat houdt gesplitste facturering voor een bedrijfs-EV in België in?
Gesplitste facturering is een systeem waarbij de elektriciteit die wordt gebruikt om een bedrijfswagen thuis op te laden, wordt gescheiden van de rest van het huishoudelijk verbruik, en de werknemer hiervoor een vergoeding ontvangt. De werknemer betaalt zijn normale elektriciteitsrekening. De lader registreert precies hoeveel energie er in de bedrijfswagen is gestroomd. De werkgever vergoedt dat bedrag, meestal maandelijks, tegen een tarief dat binnen de door de CREG vastgestelde tariefplafonds blijft.
Als dit goed wordt afgehandeld, wordt de vergoeding niet beschouwd als extra belastbaar inkomen. Deze valt buiten de verstrekkingen die aan de auto zelf zijn verbonden. Als dit slecht wordt afgehandeld, leidt dit tot een fiscaal probleem voor beide partijen.
Om dit te laten werken, zijn drie dingen nodig. Een communicerende meter die elke verbruikssessie met voldoende nauwkeurigheid registreert. Een backoffice die deze sessies kan uitlezen, het juiste tarief kan toepassen en verantwoorde rapportages kan genereren. En een werkgeversbeleid dat aansluit bij het CREG-kader zoals dat in 2026 daadwerkelijk van kracht is, en niet bij de versie die twee jaar geleden de ronde deed.
Waarom wordt gesplitste facturering in 2026 steeds belangrijker?
Begin 2026 veranderde er ineens van alles.
Bedrijfswagens met verbrandingsmotor die vanaf 1 januari 2026 worden besteld, komen in de laatste fase van de afbouw terecht: 50% aftrekbaar in 2026, dalend tot 0% in 2028. Hybride auto’s volgen een vergelijkbaar afbouwtraject. In 2026 aangeschafte batterij-elektrische auto’s blijven gedurende hun volledige levensduur 100% aftrekbaar. De rekensom voor wagenparkbeheerders is niet langer subtiel: de enige commercieel verstandige nieuwe bedrijfswagen in België is op dit moment elektrisch.
De meeste van die elektrische auto’s zullen thuis worden opgeladen. De bestuurder wil niet om de dag een omweg maken naar een openbaar laadpunt, en de werkgever wil geen tarieven van € 0,50 tot € 0,79 per kWh betalen voor openbaar opladen, terwijl diezelfde elektriciteit thuis maar een derde daarvan kost.
Gedeelde facturering is dus niet langer alleen maar een handige extra, maar is uitgegroeid tot een essentieel onderdeel van de infrastructuur. Als je het thuisladen niet nauwkeurig, automatisch en tegen een fiscaal correct tarief kunt vergoeden, werkt je bedrijfswagenbeleid in feite niet.
Wat is het CREG-tarief, en is het nog steeds tijdelijk?
De CREG (Commission de Régulation de l’Électricité et du Gaz / Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) publiceert elk kwartaal een maximumtarief per kWh voor de vergoeding van het thuisladen van bedrijfswagens. Blijft u binnen dit tarief, dan wordt de vergoeding beschouwd als een vergoeding van de werkelijke kosten en niet als een belastbaar voordeel.
Er is hier een veelvoorkomende misvatting die voor verduidelijking vraagt. Het CREG-systeem werd via circulaire 2024/C/77 ingevoerd als een tijdelijke administratieve tolerantie, die op 31 december 2025 zou aflopen. Een circulaire die in juni 2025 werd uitgegeven, maakte deze regeling definitief. Er is geen einddatum meer. Werkgevers kunnen erop vertrouwen.
De tarieven zijn afhankelijk van de regio waar de werknemer woont: Vlaanderen, Wallonië of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Voor elke regio geldt een eigen driemaandelijks maximum.
Wat zijn de CREG-tarieven voor 2026?
Voor het eerste kwartaal van 2026 (1 januari tot en met 31 maart) waren de maximale vergoedingspercentages:
- Vlaams Gewest: € 0,3132 per kWh
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest: € 0,3426 per kWh
- Waals Gewest: € 0,3523 per kWh
In het tweede kwartaal (1 april tot en met 30 juni 2026) zijn de tarieven licht gestegen:
- Vlaams Gewest: € 0,3191 per kWh
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest: € 0,3555 per kWh
- Waals Gewest: € 0,3637 per kWh
De tarieven worden om de drie maanden aangepast. De cijfers over het derde kwartaal worden doorgaans eind juni of begin juli gepubliceerd. Elke vergoeding die hoger is dan het geldende CREG-tarief wordt beschouwd als een extra belastbare vergoeding voor de werknemer — en wordt apart behandeld van het voordeel in natura van de bedrijfswagen.
Komt de Amina M in aanmerking voor gesplitste facturering in België?
Ja. De amina M beschikt over een ingebouwde MID-gecertificeerde meter en rapporteert elke sessie via OCPP 1.6. Dit betekent dat de gegevens die naar het backoffice voor gesplitste facturering worden gestuurd, juridisch geldig zijn voor commerciële vergoeding, en dat de integratie werkt met elk compatibel CPO-platform in plaats van met één enkel eigen cloudplatform.
Waarom is een MID-gecertificeerde meter belangrijk voor gesplitste facturering?
MID staat voor de Richtlijn meetinstrumenten — de Europese norm voor de nauwkeurigheid van energiemetingen. Volgens de EU-regelgeving (Richtlijn 2014/32/EU) moeten meetinstrumenten die worden gebruikt bij handelstransacties waarbij de meting bepalend is voor het te betalen bedrag, aan de MID-normen voldoen.
In de praktijk is dit van belang voor de Belgische gesplitste facturering, omdat de FOD Financiën / SPF Finances MID-gecertificeerde metingen vereist om de vergoeding per kWh te aanvaarden als kostendekking in plaats van deze te herclassificeren als belastbaar loon.
Een externe meter in de zekeringkast lost dit probleem niet op bij de installatie in een bedrijfswagen. De MID-gecertificeerde meter moet zich in de laadpaal zelf bevinden, zodat de laadsessie op het moment van levering wordt geregistreerd. Zo wordt de gegevensketen gesloten: de laadpaal rapporteert het aantal kWh, de backoffice past het CREG-tarief toe, de werkgever vergoedt de kosten en het controlespoor klopt.
De amina M wordt standaard met deze functie geleverd. Het is geen optionele functie.
Hoe werkt gesplitste facturering eigenlijk, stap voor stap?
De werking is bij de meeste Belgische aanbieders hetzelfde, met kleine verschillen in de gebruikersinterface en de prijzen.
- De werkgever sluit een overeenkomst voor gesplitste facturering met een CPO of een backoffice-dienstverlener (zie onderstaande voorbeelden).
- Bij de werknemer thuis wordt een MID-gecertificeerde, OCPP-conforme lader geïnstalleerd. De Belgische elektriciteitsvoorschriften (AREI / RGIE) zijn van toepassing, wat betekent dat de installatie moet worden uitgevoerd door een erkende elektricien en dat er een aardlekschakelaar moet worden geïnstalleerd die geschikt is voor gelijkstroomfoutstromen — hetzij een aardlekschakelaar van type B, hetzij een aardlekschakelaar van type A in combinatie met ingebouwde gelijkstroomfoutdetectie in de lader. De amina M is standaard uitgerust met DC-foutdetectie, dus in de meeste installaties volstaat een standaard Type A 30 mA-Aardlekschakelaar. De gekwalificeerde installateur neemt de uiteindelijke beslissing op basis van de lokale situatie.
- De lader rapporteert elke laadsessie via OCPP aan de backoffice. De starttijd, eindtijd, het verbruik in kWh en de autorisatiecode worden allemaal geregistreerd.
- De medewerker verifieert elke oplaadsessie, meestal met een RFID-kaart of via de backoffice-app. Sessies op de bedrijfsauto worden gemarkeerd; sessies op een tweede, privéauto niet.
- De backoffice genereert maandelijks een exportbestand. De werkgever betaalt de werknemer het geldende regionale CREG-tarief of minder. Deze post wordt verwerkt in de loonstrook of het onkostensysteem van de werknemer.
- De belastinggegevens worden bewaard. Mocht de FOD hier ooit om vragen, dan is de keten traceerbaar.
Als er in hetzelfde huishouden een privé-elektrische auto is die af en toe dezelfde lader gebruikt, zorgt de RFID-authenticatie ervoor dat de gegevens correct blijven. De lader kan beide registreren, maar alleen de geauthenticeerde sessies met de bedrijfsauto komen in aanmerking voor vergoeding.
Wat is er in 2026 veranderd en wat geldt niet meer?
Dit is het gedeelte waar de meeste mensen naar op zoek zijn, maar dat bijna niemand duidelijk uiteenzet. Een overzicht van de regels die daadwerkelijk zijn gewijzigd en de oudere regels die niet langer van toepassing zijn:
Nog steeds van kracht (en nu definitief):
Het driemaandelijkse CREG-tarief voor de terugbetaling van thuisladen, inclusief de mogelijkheid voor werkgevers om het laagste van de drie regionale tarieven uniform toe te passen voor alle werknemers, op voorwaarde dat deze keuze consequent wordt toegepast.
Nieuw vanaf 1 januari 2026:
Bedrijfsauto’s met verbrandingsmotor en plug-in-hybride die vanaf 1 januari 2026 worden besteld, vallen onder de in 2023 ingevoerde afbouwregeling voor de aftrekbaarheid: 50% in 2026, 25% in 2027, 0% vanaf 2028.
BEV's die tot en met 31 december 2026 worden besteld, blijven gedurende de volledige eigendomsperiode 100% aftrekbaar. Vanaf 2027 bepaalt het aftrekpercentage op het moment van aankoop het percentage voor de gehele levensduur: 95% voor auto's die in 2027 worden gekocht, vervolgens 90%, 82,5%, 75% en ten slotte 67,5% voor auto's die vanaf 2031 worden aangeschaft.
Niet langer geldig:
De federale belastingvermindering voor particulieren die een thuislader installeren, is op 31 augustus 2024 verstreken. Het betrof oorspronkelijk een regeling voor de periode 2021–2024. Wie deze regeling nog steeds als een actuele stimulans noemt, baseert zich op verouderde informatie. Er zijn in 2026 geen vervangende federale subsidies voor particuliere thuisladers, hoewel er nog wel enkele regionale en verzekeringsspecifieke stimuleringsmaatregelen bestaan.
In behandeling, nog niet van kracht:
Het federale mobiliteitsbudget zou oorspronkelijk op 1 januari 2026 verplicht worden voor alle werkgevers die bedrijfswagens aanbieden. De wetsteksten zijn echter niet op tijd aangenomen. Vanaf begin 2026 is de verwachte ingangsdatum 1 januari 2027 voor bedrijven met 50 of meer werknemers in een bedrijfswagenregeling, en 1 januari 2028 voor bedrijven met 15 of meer werknemers. Vanaf 1 januari 2026 vereist pijler 1 (milieuvriendelijke bedrijfswagen) volledig elektrische voertuigen, en gemotoriseerde opties voor gedeelde mobiliteit in pijler 2 (deelauto's, ride-hailing, langere autoverhuur) moeten ook emissievrij zijn. Zachte mobiliteitsopties zoals fietsen en elektrische scooters worden apart geregeld.
Technisch gezien is gesplitste facturering de vergoeding van elektriciteit per kWh.
Hoe zit het met plug-in-hybriden?
Voor door werkgevers aangeschafte plug-in-hybriden die vanaf 1 januari 2026 worden besteld, vervalt de aftrekbaarheid in het kader van de vennootschapsbelasting. Er geldt een beperkte uitzondering voor zelfstandigen die hun werkelijke beroepskosten opgeven; zij kunnen voor in 2026 bestelde hybriden nog steeds aanspraak maken op een aftrekbaarheid van 75%. De kosten voor fossiele brandstoffen voor deze voertuigen blijven beperkt tot een aftrekbaarheid van 50%; de elektriciteitskosten volgen het tarief van het voertuig.
Voor PHEV’s die vóór 1 juli 2023 zijn besteld, blijven de oude afschrijvingsregels van kracht gedurende de gehele levensduur van het voertuig.
De vergoeding van de elektriciteitskosten voor het thuis opladen van PHEV’s volgt hetzelfde CREG-kader als voor volledig elektrische auto’s (BEV’s), met dezelfde maximumbedragen.
Wie is waarvoor verantwoordelijk: de werkgever, de werknemer of de verhuurder?
Het duidelijkste antwoord krijg je als je naar de drie lagen kijkt:
De hardware van de oplader. Wordt doorgaans aangeschaft door de werkgever of is inbegrepen in het leasecontract. In de meeste gevallen is deze eigendom van de werkgever. In sommige overeenkomsten gaat de eigendom aan het einde van de leaseperiode over op de werknemer, in andere niet. Het is raadzaam dit expliciet te vermelden in het autobeleid.
De elektriciteit. Het huishoudelijke contract staat op naam van de werknemer. De werkgever vergoedt het gemeten verbruik dat betrekking heeft op de bedrijfsauto.
De installatie. De werknemer zorgt ervoor dat er toegang tot het pand is. De werkgever betaalt de installatie en de AREI-/RGIE-keuring. In een huurwoning is voor het aanbrengen van wandgemonteerde apparatuur doorgaans schriftelijke toestemming van de verhuurder vereist. Sommige werkgevers hebben een standaardformulier voor toestemming van de verhuurder in het welkomstpakket opgenomen.
Als de werknemer het bedrijf verlaat terwijl de oplader nog aan de muur hangt, voorziet het contract doorgaans in verwijdering, overdracht van eigendom tegen restwaarde of voortzetting van het gebruik via een particulier backoffice-abonnement. Het loont de moeite om de kleine lettertjes te lezen voordat je tekent.
Kan de werkgever voor het hele wagenpark één CREG-tarief kiezen?
Ja, maar met een voorbehoud. Standaard geldt het CREG-tarief van de regio waar elke werknemer woont. Het alternatief is om voor alle werknemers het laagste van de drie regionale tarieven uniform toe te passen, en wel voor het volledige kalenderjaar. In het eerste kwartaal van 2026 was het laagste tarief dat van Vlaanderen, namelijk € 0,3132 per kWh. De optie van de laagste regio vereenvoudigt de administratie, maar benadeelt werknemers die in Wallonië en Brussel wonen, die tegen een hoger tarief vergoed hadden kunnen worden.
Sommige werkgevers, met name kleinere, passen het laagste van de drie regionale tarieven uniform toe voor alle werknemers om de administratie te vereenvoudigen. De FOD verwacht dat de gekozen methode consistent wordt toegepast in plaats van per sessie te worden gewijzigd, dus de meeste werkgevers leggen dit vast aan het begin van het kalenderjaar.
Wat als de werknemer halverwege het jaar verhuist?
Het geldende CREG-tarief is gebaseerd op de woonplaats van de werknemer op het moment van de aanrekening. Als een werknemer in juni van Antwerpen naar Luik verhuist, geldt voor de sessies vóór de verhuizing het Vlaamse tarief en voor de sessies daarna het Waalse tarief. De backoffice regelt dit automatisch als het adres wordt bijgewerkt. Als het adres niet wordt bijgewerkt, kun je later een lastig gesprek met de salarisadministratie verwachten.
Wat als twee mensen in hetzelfde huishouden allebei een bedrijfs-EV hebben?
Dit komt in België steeds vaker voor, gezien de grote populariteit van bedrijfswagenregelingen. Technisch gezien moet elke bedrijfswagen over een eigen authenticatiecode (meestal een aparte RFID-kaart) beschikken die bij de lader wordt geregistreerd. De lader koppelt elke laadsessie aan het juiste voertuig, waarna de administratie de vergoeding naar de juiste werkgever doorstuurt.
Praktisch gezien werkt dit prima met één enkele facturatiesysteem als beide werkgevers bereid zijn hetzelfde CPO-platform te gebruiken. Als de twee werkgevers echter vasthouden aan verschillende backoffice-aanbieders, is een tweede facturatiesysteem de eenvoudigste oplossing. Dat is weliswaar minder elegant, maar administratief gezien wel overzichtelijker.
Hoe verhoudt gesplitste facturering zich tot het federale mobiliteitsbudget?
Als een werknemer zijn recht op een bedrijfswagen omzet in een mobiliteitsbudget, verliest hij doorgaans ook de door het bedrijf betaalde thuislader. Het mobiliteitsbudget kan in principe worden gebruikt om onder pijler 1 een kleinere, volledig elektrische auto te leasen; in dat geval blijft de regeling voor gesplitste facturering van kracht. Of het kan worden gebruikt voor alternatieve mobiliteit onder pijler 2; in dat geval valt er niets meer te vergoeden via gesplitste facturering.
Voor werknemers die halverwege hun contract overstappen, is de overdracht het belangrijkst. Het is de moeite waard om in het autobeleid te vermelden dat bij de omzetting naar een mobiliteitsbudget de bestaande thuislader uit het backoffice-systeem van het bedrijf moet worden verwijderd.
Waar kunt u een Amina M kopen en laten installeren in België?
Onze partners in België zorgen voor de hardware, de installatie en de administratieve afhandeling van de gesplitste facturering.
Blulinc beheert het backofficeplatform, de app en het netwerk van oplaadkaarten voor zowel werkgevers als werknemers. Het bedrijf verzorgt de facturering aan de CPO-zijde, de toegang tot openbare oplaadpunten en de koppeling met de salarisadministratie voor de vergoeding van oplaadkosten. Geschikt voor wagenparkbeheerders die op zoek zijn naar een oplossing voor gesplitste facturering via één leverancier.
Scoptvision levert software voor slimme laadregeling die als tussenlaag fungeert tussen de hardware en het CPO-platform, met ingebouwde support OCPP-compatibele laders, waaronder de amina M. Dit is met name relevant wanneer dynamisch belastingsbeheer en netbewust laden deel uitmaken van de vereisten (commerciële parkeerplaatsen, wooncomplexen met meerdere woningen en een gedeelde aansluiting).
Beide kunnen de amina M leveren, installeren en exploiteren op basis van een regeling met gesplitste facturering.
Wilt u meer weten over de amina M?
De amina M is een een- en driefasige wisselstroomlader die is ontworpen voor veeleisende omgevingen, zoals thuisinstallaties voor bedrijfsauto’s, wooncomplexen met meerdere woningen, wagenparkdepots en bedrijfsgebouwen. Geproduceerd in Noorwegen, met beschermingsklasse IP54, een ingebouwde MID-gecertificeerde meter en volledige support OCPP 1.6.