AFIR uitgelegd: wat exploitanten van laadpunten voor elektrische voertuigen moeten weten
AFIR stelt EU-regels vast voor het openbaar opladen van elektrische voertuigen, waaronder betaling, prijsstelling, digitale connectiviteit en slim opladen. Het baant ook de weg naar ISO 15118-20 in 2027, maar schrijft niet voor dat elke laadpaal V2G moet ondersteunen.
Wat is AFIR?
AFIR is Verordening (EU) 2023/1804 betreffende infrastructuur voor alternatieve brandstoffen. Deze verordening is sinds 13 april 2024 van kracht en combineert EU-doelstellingen voor de uitrol met exploitatieregels voor openbaar toegankelijke oplaadpunten voor elektrische voertuigen.
Voor exploitanten is de eerste vraag of een oplaadpunt openbaar toegankelijk is. Artikel 5 is in het algemeen van toepassing op openbare oplaadpunten in de hele EU, niet alleen op die op het TEN-T-wegennet. Een oplaadpunt op de parkeerplaats van een supermarkt of restaurant kan openbaar zijn, zelfs als het op privéterrein staat. Parkeerplaatsen die uitsluitend bestemd zijn voor personeel of bewoners vallen doorgaans buiten die definitie.
Wat verwacht AFIR van exploitanten van oplaadpunten?
De belangrijkste taken hebben betrekking op toegang, informatie en controle:
- Bestuurders moeten de mogelijkheid hebben om ad hoc op te laden zonder zich te registreren of een doorlopend contract aan te gaan.
- Er moet een elektronische betaalmethode beschikbaar zijn. Welke methode is toegestaan, hangt af van het vermogen van het verkooppunt en de ingebruikname-datum.
- De prijzen moeten transparant, redelijk en niet-discriminerend zijn. Bij openbare oplaadpunten met een vermogen van ten minste 50 kW die vanaf 13 april 2024 in gebruik worden genomen, moet de ad-hocprijs gebaseerd zijn op de geleverde elektriciteit per kWh en vóór het opladen worden weergegeven.
- Alle voor het publiek toegankelijke punten moesten uiterlijk op 14 oktober 2024 digitaal aangesloten zijn.
- Relevante nieuwe of gerenoveerde openbare oplaadpunten moeten geschikt zijn voor slim opladen.
AFIR stelt ook nationale doelstellingen vast op het gebied van vermogen en afstand. Dit zijn verplichtingen voor de lidstaten; artikel 5 bevat de voorschriften die het meest rechtstreeks van invloed zijn op de dagelijkse activiteiten van de CPO.
Is slim opladen vereist voor AFIR?
Ja, voor openbaar toegankelijke oplaadpunten die na 13 april 2024 in gebruik zijn genomen of na 14 oktober 2024 zijn gerenoveerd. In AFIR betekent „in gebruik genomen” dat het oplaadpunt operationeel is, is aangesloten op het elektriciteitsnet en beschikbaar is voor bestuurders.
Volgens de Europese Commissie bestaat de minimale functionaliteit uit het in realtime aanpassen van de intensiteit van de stroom die aan de accu wordt geleverd. AFIR stelt geen eisen aan een specifiek tarief, een functie voor belastingbeheer of een protocol tussen de lader en het backend-systeem. OCPP wordt vaak gebruikt, maar AFIR schrijft dit niet voor. Evenmin verleent de verordening netbeheerders een algemeen recht om laadsessies te starten en te stoppen.
Is bidirectioneel opladen vereist voor AFIR?
Nee. AFIR definieert bidirectioneel opladen als een slimme oplaadprocedure waarbij de stroomrichting kan worden omgekeerd. Dit betekent niet dat V2G bij elke laadpaal verplicht is. De verordening vraagt lidstaten en netbeheerders om de potentiële bijdrage van bidirectioneel opladen aan het elektriciteitssysteem te beoordelen; dit is een planningsvereiste en geen verplichting tot teruglevering op locatieniveau.
Wat verandert er vanaf 1 januari 2027?
Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/656 van de Commissie worden technische specificaties in het kader van AFIR toegevoegd. Vanaf 1 januari 2027 moeten nieuw geïnstalleerde of gerenoveerde openbare en particuliere laadpunten van modus 3 en modus 4 ten minste voldoen aan EN ISO 15118-20:2022 voor de voertuig-naar-netwerk-communicatie-interface.
ISO 15118-20 voorziet in communicatie voor geavanceerd slim opladen, Plug & Charge en bidirectionele energieoverdracht. Naleving van de norm leidt niet automatisch tot activering van alle optionele diensten. Voor daadwerkelijke bidirectionele energiestroom zijn nog steeds een compatibel voertuig, vermogenselektronica, firmware, een backend- of energiebeheersysteem, meetapparatuur, beveiliging en toestemming voor export vereist.
Wat moeten CPO’s controleren?
Begin met het toegangsmodel van de locatie en de datum van installatie of renovatie. Breng vervolgens de laadpaal, de firmware, het CPMS, de betaalmethode, de prijsweergave en de bedrijfsprocessen in kaart aan de hand van de toepasselijke bepalingen. Beschouw „AFIR-ready“ als een bewering die nader moet worden onderzocht, en niet als bewijs dat een locatie in haar geheel aan de voorschriften voldoet.
Amina C2 en Amina M2 maken gebruik van lokaal OCPP met het door de exploitant gekozen CPMS, en hun hardware is voorbereid op ISO 15118-20, Plug & Charge en bidirectioneel laden. Dit ondersteunt de technische aanpak, maar betekent op zichzelf nog geen naleving van AFIR of een operationele V2G-dienst. Betaling, prijsstelling, software, gegevens en goedkeuring van de locatie blijven de verantwoordelijkheid van de betreffende exploitant en partners.